Tuesday, December 16, 2014

Que sera, sera



Terwijl ik dit bericht typ, rijd ik met de ziekenhuisauto naar Addis voor een VSO conferentie over neonatale zorg. De zon gaat onder op een prachtige bergpartij. Overal zie ik bergen van hooi en tef. Om de velden staan de hutten. De eucalyptus bomen bewegen in de wind. We wonen in een mooi land. Waarin we ons overigens bewegen in een radius van 200-300 km alle kanten op. Een gebied niet veel groter dan Nederland, terwijl Ethiopië ongeveer even groot is als Zuid Afrika.
Floris is ontzettend druk in het ziekenhuis. Het aantal bevallingen is gestegen naar 300 per maand. Floris traint co-assistenten uit Addis en health officers in training tot ‘emergency surgeon’. De laatste tijd loopt hij tegen de moeilijkheden van ontwikkelingswerk aan. Ethiopie heeft – bv. in tegenstelling tot Tanzania – veel en goed opgeleide artsen en een groeiend aantal specialisten. Echter, die kennis en kunde komen niet volledig ten goede van de patiënten in het ziekenhuis. Veel artsen zitten hun tijd uit totdat ze kunnen gaan specialiseren of totdat ze zich naar hun prive-kliniek begeven. Er zijn in ons ziekenhuis 2 radiologen die samen 1 baan delen (ze krijgen full time betaald, al is dat niet veel, zo’n 400 Euro per maand). Ze werken ongeveer 2 uur per dag en laten de vele patiënten vaak lang wachten en gerust de volgende dag terugkomen. Omdat Floris een goed voorbeeld wil geven en er voor de patiënt wil zijn, maakt hij elke dag echo’s voor de zwangeren die komen. Op de lange termijn schiet dat niet zo op, al leert hij de studenten om echo’s te maken en biedt hij vrouwen een positievere ervaring met de gezondheidszorg.
Wat is dat toch dat wij zo’n hoog verantwoordelijkheidsgevoel hebben, vragen we onszelf geregeld af. We komen op tijd op afspraken en bereiden ons voor. Floris zou het niet in zijn hoofd halen om niet op te komen dagen bij een nachtdienst omdat hij moe is. Of niet komen als hij door de verpleegkundigen gebeld wordt voor een spoedgeval. Maar ja, dat zijn wij met onze opvoeding, normen en waarden. Hier is het anders. En er gaan meer mensen dood als gevolg. Dit is meer dan alleen armoede, dit is een andere kijk op leven en dood. In Nederland gaan minder mensen jong dood maar hebben meer mensen een burn-out, depressie, geen tijd voor hun gezin of om te sporten omdat ze vooral heel hard werken. Wat niet wil zeggen dat het leven hier een groot feest is. Ze werken hier vooral heel veel uren voor weinig geld, hebben geen ziektekostenverzekering of pensioen, en gaan nooit op vakantie. Nu zagen we afgelopen weekend dat het in sommige Ethiopische kringen heel anders toeven is. Sommige welgestelden in Addis hebben op vrijdag zo’n kater van het feesten dat er nauwelijks gewerkt wordt.
Ik werk nog altijd 5 dagen per week, al zijn die minder efficiënt dan in Nederland. Vandaag was een goed voorbeeld van een inefficiënte dag. Het ziekenhuis heeft wifi gedoneerd gekregen. Dat heeft het een maand gedaan, nu werkt het al 3 maanden niet. Omdat ik dat vaak nodig heb, ga ik naar een hotel in de buurt. Daar was het internet zo zwak dat het me 2 uur kostte om alles op te starten wat ik nodig had. Toen kon ik nog 2 uur werken tot aan de lunch. Onze nanny gaat – zoals alle werknemers hier – met de lunch naar huis, van 12:00 – 13:30. Ik wilde thuis wat printen zodat mijn onderzoeksassistente aan de slag kon, maar er was geen stroom. Op naar het ziekenhuis, die een generator heeft. Omdat ik vandaag naar Addis moet, moest ik mijn collega spreken met wie ik mee zou rijden. Zijn telefoon was echter stuk en het mobiele netwerk lag plat, dus moest ik naar hem op zoek, zonder succes. Mijn onderzoeksassistente bleek er op het afgesproken tijdstip niet te zijn en die kreeg ik ook niet te pakken vanwege het netwerk.
Om 16 uur ben ik maar naar huis gegaan en heb ik met Merlijn, Elin en Sara gespeeld die hun Zwarte Pieten mutsen op hadden en pakjes rond aan het brengen waren. De telefoon van mijn collega was intussen weer gemaakt en het netwerk kwam weer op gang, dus nu ben ik onderweg. Dat noem ik nog eens een goed einde van de dag!



Thursday, October 2, 2014

Back in Butajira



Na een heerlijke vakantie in Nederland en Frankrijk zijn we ruim een maand terug in Butajira. Degenen die we niet hebben gezien zal ik even bijpraten:
Voor ons verlof is de bouw van het Maternity Waiting Home gestart. Ook hebben we data verzameld voor ons onderzoek met een enthousiast team van vrouwen. Deels ben ik mee geweest, het achterland bezoeken om vrouwen te ondervragen over hun bevallingen. Erg gaaf en tegelijkertijd schrijnend. Zo zaten we na een half uur met de minibus, een uur met paard en wagen en een half lopen door de volle modder bij een hut van een moeder. Toen we bijna klaar waren met de vragenlijst kwam de oma erbij staan die zei dat haar dochter niet mocht tekenen (informed consent), dat moest haar man doen. Bovendien had ze toch niks zinnigs te zeggen, ze was namelijk dom omdat ze niet naar school was geweest. Bijna geen van deze vrouwen beviel in het ziekenhuis en veel hadden een dood kindje gekregen.
Tegelijkertijd zijn er positieve berichten. Zo is het aantal bevallingen in ons ziekenhuis in een jaar gestegen van 2000 naar 3000 bevallingen. Hopelijk zorgt betekent het dat het aantal thuisbevallingen (90% in 2011) daalt en daarmee de moeder- en babysterfte. Wat overigens met zich meebrengt dat de 9 verloskundigen overwerkt raken. Die werken de ene dag van 8:00 tot 13:30 en dan vanaf 19:00 tot de volgende ochtend 08:00. De andere dag werken ze ’s middags van 13:30 tot 19:00. En zo gaan ze eindeloos door.
Terug naar onze activiteiten. Floris en ik waren voor onze vakantie druk met Mimi. De moeder van Mimi en de lokale autoriteiten hebben ons gevraagd om haar te adopteren. Dat moest gebeuren voordat we naar NL gingen, anders konden we geen paspoort en visum voor haar krijgen. We hebben veel km’s gemaakt, aangezien je geen enkele instantie vooraf kunt vragen welke documenten nodig zijn. Langzaamaan, met dank aan onze vrienden Akale en Dr. Gashaw, hebben we het gerealiseerd. Mimi’s moeder was bij de rechtszaak. Ondanks dat we elkaars taal niet spreken was het een bijzondere dag. Ze houdt duidelijk van Mimi en wil dat ze in leven blijft. In een wereld zonder armoede zou dit niet nodig zijn. Veel elementen spelen een rol: haar onmachtige positie als vrouw (ze kan niet lezen of schrijven, ze is afhankelijk van de keuzes van haar man, ze heeft geen (eigen) geld), de cultuur (nieuwe man accepteert kinderen uit haar eerdere huwelijk niet), een gebrek aan geld, maar ook een gebrek aan wegen/transport (ze wonen op 20 km van de verharde weg; vanaf het dichtstbijzijnde dorpje is het nog een half uur lopen waarbij je een rivier moet oversteken). Ik kan het helaas niet oplossen, maar zal mijn best doen om Mimi goed op te voeden. Hopelijk kan haar moeder een rol blijven spelen in haar leven.
De reis was spannend. Vinden ze het goed dat we een Ethiopisch meisje meenemen met de naam Mimi Floris Braat? Geheel tegen verwachting in, kwamen we met gemak door de Ethiopische en Nederlandse douane. Toen kon de vakantie beginnen! We hebben genoten.*
Nu zijn we weer “thuis”. We voelen ons opgeladen en meer ervaren. We hoeven niet meer zo te overleven als vorig jaar. We hopen dit jaar door te komen met minder strubbelingen op het werk. VSO Ethiopië heeft van ons Maternity Waiting Home project een “vlaggenschip”  gemaakt. Als ze voldoende financiering realiseren zullen ze nog minstens 5 wachthuizen bouwen in Ethiopië.
Bij terugkomst hebben we Mimi officieus een nieuwe naam gegeven: Sara. Ook hebben we inmiddels op federaal niveau goedkeuring van de adoptie. Nu begint het proces om haar de Nederlandse nationaliteit te geven. Als het gehele proces is afgerond hopen we dat ze Sara Dinke Braat zal heten. Dinke is de naam van haar moeder, wat ‘uniek’ betekent in het Oromifa (taal van haar moeder).
Tot de volgende blog!
* Zonder jullie hadden we deze reis niet kunnen maken:
·       Wendy & Edwin, Liane & Martijn, Ad & Eva, Wouter & Monique en Thom & Toos voor het “uitlenen” van jullie huizen.
·       Oscar van Autosale voor het uitlenen van een auto en Thijs voor het regelen van de verzekeringen.
·       Kim, Renske, Lauranne, Margreet, Lilian, Angelique en Marijn voor de kleren.
·       Suzanne & Thijs en Dominique & Jan-Joost voor de donatie van een bedje voor Sara.
·       Wouter voor de trampoline!
·       En alle anderen voor donaties groot en klein, het is en blijft geweldig dat jullie ons zo steunen.

Wednesday, July 2, 2014

Eindsprint


Nog drie weken te gaan totdat we naar Nederland vertrekken. We kijken er naar uit! Als Merlijn en Elin aan het verven zijn denk ik, “oh, we kunnen nog wel een scheutje extra doen, we gaan toch naar Nederland" (waar we nieuwe kunnen kopen) en zo ook bv. met de Italiaanse en Mexicaanse kruiden voor het eten. We hebben veel zin in lekker eten, om te fietsen, ongestoord over straat te kunnen, te zwemmen, etc. Maar natuurlijk nog meer zin om jullie te zien! :-).
Na een aantal dieptepunten, zijn we de afgelopen weken weer omhoog gekrabbeld. Dit met name dankzij een paar goede vriendschappen die we hier hebben gesloten, die ons helpen om onze weg te vinden in de Ethiopische manier van leven en werken. Ook VSO Ethiopië heeft ons meer ondersteund. Het Maternity Waiting Home project is recent tot een pilot project benoemd, wat ze hierna op meerdere locaties in Ethiopië willen uitrollen. Bovendien hebben de zusters van een missie ziekenhuis voor ons en het project gebeden (we zijn niet (zo) religieus, maar dat voelde best speciaal). Tot slot heb ik het idee dat wij zelf de afgelopen weken rustiger zijn geworden.
Deze positieve energie heeft zijn vruchten afgeworpen, we maken weer voortgang in het project. We hebben een aannemer gevonden voor de bouw en het onderzoek is weer gestart. Samen met twee lokale artsen hebben we een ambitieus plan gemaakt tot aan ons verlof, we zijn ontzettend druk en zitten in de flow.
Met Mimi dachten we dat de kaarten gespeeld waren, maar dat bleek ook een (culturele?) misvatting. Het kindertehuis wat ze op het oog hadden kan haar zorg niet aan en bovendien bleek dat de beslissing niet in deze regio mocht worden genomen. Haar dossier is overgedragen naar de regio waar de moeder vandaan komt. Zij hebben haar moeders huis bezocht en haar uitgebreid gesproken. Ze blijkt niet in staat te zijn om voor haar te zorgen, maar is onder druk gezet door de omgeving. Ze hoopt dat er een goed gezin voor haar wordt gevonden en is blij dat ze nu bij ons is. Op dit moment worden de mogelijkheden onderzocht en zijn we zelfs aan het kijken of ze met ons mee kan komen naar Nederland tijdens ons verlof.
Dank voor jullie steun het afgelopen jaar en hopelijk tot snel!!!
Liefs, Floris Tienke Merlijn Elin Mimi
Uitnodiging: zondag 17 augustus willen we picknicken in een park in/rondom Utrecht, jullie zijn van harte welkom. Als je wilt komen, laat het ons even weten op tienkevermeiden@hotmail.com, dan sturen we je de details.

Monday, June 9, 2014

Tot onze knieen in de modder

Nee, het regenseizoen is nog niet begonnen. We zitten tot onze knieën in de modder qua ontwikkelingswerk. Ik was niet eens van plan om ontwikkelingswerk te gaan doen, maar het was naïef om te denken dat ik kon meewerken in Ethiopie. De cultuurverschillen zijn groot, de taal vormt een lastige barrière, en bovendien is Ethiopië politiek gezien een bijzonder land. Al dit soort zaken in de studiebanken bespreken en in boeken over lezen is toch anders dan als je opeens agressief wordt benaderd door een collega (Afrikaanse culturen communiceren toch indirect?), er in een smsje om smeergeld of een laptop wordt gevraagd (dit gebeurt toch niet zo openlijk?), of het beste teamlid van het project wordt gehaald vanwege zijn slechte functioneren (lees: om politieke redenen). Toch zijn deze openlijke dingen de gemakkelijkste zaken om mee te dealen, want dan horen we in ieder geval wat er speelt. Ondoorgrondelijk zijn de zaken die onder de oppervlakte afspelen (die culturele ijsschots uit de literatuur doemt elke keer in mijn gedachten op). Er is genoeg geld om het Maternity Waiting Home project te starten, de bouwplannen zijn er, het onderzoek kan worden gestart, toch gebeurt er niks.

Op zoek naar opheldering zijn we in gesprek met verschillende buitenlanders die hier al langere tijd wonen en werken: “They bite the hand that helps them”, “Op goede dagen denk ik: ‘wat zijn het trotse mensen’ en op slechte dagen: ‘ze laten hun volk liever doodgaan dan dat ze hun trots opzij zetten’”, “Vergeleken bij Congo valt het hier alles mee”, “Er is in ieder geval geen oorlog”, “Er staan duizenden NGO’s in de rij om Ethiopië te helpen; de kritische werken ze hun land uit”. Al pratende proberen we ons werk in het grotere perspectief te plaatsen. Het helpt, het maakt het minder persoonlijk. Dat in de modder staan voelt ook enigszins lekker. Hier gaat het tenslotte om als een NGO of een overheid plannen bedenkt om een land uit de armoede te helpen. Wat is daarvoor nodig? Is het mogelijk als de lokale machthebbers andere motieven hebben? Net als in Borgen proberen we elke keer weer de beste strategie te bepalen. Waarbij we overigens continu tot de conclusie komen dat we het spel niet kunnen spelen omdat we de spelregels niet kennen. Desondanks heel leerzaam. Maar leuk is anders. Op het werk worden we door het management genegeerd of met de nek aangekeken zonder dat we precies weten waarom. Het gaat eigenlijk maar om een handje vol mensen, de rest probeert de moed erin te houden. Wat overigens een onmisbare eigenschap is als je in Ethiopië wordt geboren; het zijn krachtige mensen.

We beseffen door deze ervaringen hoe waardevol rechten zijn als het recht van meningsuiting en persvrijheid, het recht om je eigen partij aan te hangen zonder dat daar consequenties aan verbonden worden (qua werk bv), de waarde van duidelijke procedures, en in het specifieke geval van baby Mimi, de rechten van het kind. Bovendien realiseren we ons dat we een product zijn van onze eigen cultuur. Daar doet een laagje modder niet aan af.

Merlijn, Elin en Mimi
Met de kinderen gaat het gelukkig nog steeds goed. We zijn benieuwd hoe ze het zullen vinden om over 6 weken in Nederland te zijn voor een paar weken verlof. Merlijn wijst naar een plaatje van een stofzuiger en vraagt zich af wat het is. Elin houdt niet van appelmoes (die maken we van groene mango’s). Wij kijken er onwijs naar uit dat ze lekker buiten kunnen spelen met andere kindjes zonder telkens aangeraakt te worden, en zonder op bajajes of ambulances te hoeven letten die door onze straat racen. We zijn erg gewend aan het mooie weer, dus hopelijk blijven de wolken in Ethiopië, aldus Merlijn zijn beredenering.

Wat betreft Mimi: haar lot ligt helaas niet in onze handen. Haar moeder en stiefvader hebben aangegeven haar terug te willen. Het is onduidelijk of dit onder druk gebeurd is. Ze vertellen elke keer een ander verhaal, sommige mensen twijfelen aan haar moeder’s geestelijke gezondheid. Duidelijk is dat ze armer zijn dan de meeste mensen. Nu teruggaan naar haar ouders betekent waarschijnlijk haar dood. Er is daarom door de lokale autoriteiten besloten dat Mimi eerst naar een kindertehuis zal gaan, om vervolgens aangesterkt naar haar ouders te gaan. In de tussentijd is er hopelijk een NGO die haar ouders kunnen “empoweren” zoals ze dat hier noemen. Sommige mensen in Nederland geven aan dat we wellicht “foster parent” kunnen worden, maar op dit moment kan dat juist een verkeerde incentive zijn voor de ouders om Mimi terug te willen. De komende weken is ze hopelijk nog bij ons. Het naderende afscheid stemt ons verdrietig.

Uitspraken Merlijn:
  • Morgen komen de pappa en mamma van Mimi hierheen met de helikopter, dan zijn ze niet meer arm. Zijn ze ook arm in hun benen?
  • Heeft Luna ook vleermuizen (snorharen)?
  • Daar is een duivel (duif).


Woorden Elin:
  • Mama, Mimi, Papa
  • Cookie, cookie, cookie
  • Uuii (uit), kouuu (koud)
  • Pee pee (plassen) waarbij ze telkens naast het potje gaat zitten :-)
PS. Foto's lukken steeds niet omdat het internet te zwak is.

Sunday, April 27, 2014

Koningsdag in Ethiopie

Terwijl jullie Koningsdag vieren, zitten wij aan onze derde kop koffie, in onze inmiddels heerlijke tuin, met drie kinderen. Sinds Witte Donderdag zijn we namelijk officieus de pleegouders van Mimi, officieel gevraagd door het ziekenhuis en de Vrouwen- en Kinderenafdeling van het Gemeentehuis van Butajira. Eerst was Elin ziek, nu Merlijn, en opeens hebben we weer te maken met 2 nachtvoedingen. Tegenover de vermoeidheid staat de gezelligheid en het zien dat Mimi opbloeit. In 1 week tijd is ze een halve kilo aangekomen, ten opzichte van de 100 gram per week in het ziekenhuis. Ze weegt nu 4,5 kg. De rimpels in haar voorhoofd hebben plaatsgemaakt voor een grote tandloze glimlach. Gisteren ging ze zelfs schaterlachen toen Merlijn kiekeboe ging spelen.

Mimi’s toekomst is onzeker. De adoptieouders die in beeld waren hebben zich teruggetrokken, en twee dagen geleden werd ik gebeld dat de moeder van Mimi op het gemeentehuis was en haar kind wilde zien. Ze was gebracht door de politie om officieel afstand te doen van Mimi, maar bedacht zich ter plekke. Het recht lijkt vooral te liggen bij de moeder. Hoe ze haar kind zou moeten opvoeden is onduidelijk. Ze is erg arm, onopgeleid en zonder inkomen. Haar andere kinderen kan ze niet voor zorgen en wonen bij haar ouders; haar nieuwe man erkent Mimi niet. Bovendien is ze waarschijnlijk strafbaar voor het achterlaten van haar baby, al zegt ze dat ze dacht dat haar kind dood was geboren. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat Mimi naar de gevangenis gaat samen met haar moeder. Het meest hoopvolle scenario is dat de moeder afstand doet, en een familielid of een Ethiopisch stel haar wil opvoeden/adopteren. Internationale adoptie is nagenoeg uitgesloten vanwege de strenge wetgeving.

Onze gedachten gaan heen en weer. De situatie van Mimi is uitzonderlijk, maar toch ook aan de orde van de dag in Ethiopië. Op de kinderafdeling liggen altijd ondervoedde kinderen. Ze worden ‘opgelapt’ en gaan vervolgens naar huis om waarschijnlijk weer ondervoed te raken. Soms vragen we ons ook of we ons erin hadden moeten mengen (al vind ik het fijn dat we haar een bepaalde basis kunnen geven, en dat we zorgen dat ze aansterkt voor haar volgende stap in het leven). Dat geldt overigens ook voor het andere werk wat we doen. De wetgeving en cultuur zijn zó anders, dat ik niet weet of we iets kunnen betekenen. De mensen om ons heen waarderen het overigens wel dat we er zijn, wellicht is solidariteit datgene wat we (kunnen) bieden.

De afgelopen maanden hebben we flink geworsteld met het Ethiopische ziekenhuis regime. Ik kan er nog steeds niet precies de vinger op leggen waarom we meer werden tegengewerkt dan gesteund. Na een flinke explosie lijkt het berg opwaarts te gaan. We durven er nog niet helemaal in te geloven, maar het zou mooi zijn als blijkt dat de afgelopen periode nodig was om tot een samenwerking te komen. Tegelijkertijd is het aan ons om meer los te laten, en met name om onze westerse manieren tot op zekere hoogte te laten vieren. We kijken er naar uit om deze zomer met verlof te gaan om letterlijk afstand te kunnen nemen; ervan uitgaande dat we terug mogen komen, want dat is nog steeds niet duidelijk.

Tussen de bedrijven door trainen Floris en ik voor een halve marathon in Hawassa op 11 mei. Het zijn 3 rondjes, dus ik kan iedere 7 km besluiten om naar het Haile Gebresalassie Resort te gaan J.

Tot slot goed nieuws: Elin kan sinds Goede Vrijdag lopen (1 jaar en 5 maanden). Ik ging Liesbeth bijna geloven dat ze aan het wachten was totdat ze weer voet zou zetten op Nederlandse bodem. Overdag huilt ze helaas nog steeds om het minste of geringste, maar ’s avonds leeft ze op en gaat ze aan de wandel. Merlijn is helemaal blij met de nieuwe schommel en het klimrek in de tuin, gebouwd door Floris en Akale. Merlijn stelt vragen waar ik regelmatig het antwoord niet op weet: 1) Is de maan hard of zacht?, 2) hoe werkt een magneet?, 3) Waarom is er water? 
Samen zijn Merlijn en Elin flink aan het ‘vechten’ als broer en zus. Ze willen met precies hetzelfde speelgoed spelen en Elin slaat Merlijn als het haar niet zint. Gelukkig kunnen ze soms ook lekker samen spelen en/of schaterlachen. Mimi vinden ze allebei (nog J) speciaal, en wordt liefdevol behandeld.

Foto’s volgen!

Thursday, March 13, 2014

"Don't give up!"


I’ve been postponing writing a new blog post, as I’d like to be able to tell you something new. Things are moving in the right direction, but very very slowly. A month ago, the specifications for the construction of the Maternity Waiting Home were almost finished. Now they are still almost finished. A month ago, we found out that Ment, pediatric nurse at the hospital and the mother of Merlijn and Elin’s playfriends Fikir and Mar, is allowed to adopt Mimi. Wonderful news, as the family is so loving and Ment has known Mimi since the day she was born (which I now know was on September 10, 2013, the last day of the Ethiopian year). Within a week they said they she could be at Ment’s house, but the procedure is still ongoing. Over a month ago, we were told that are contracts would be extended by a year within one week, but still no news.

Being used to a fast pace or at least knowing when to expect an answer, it takes a great deal of patience (not in the genes of one side of the family) and confidence (not in the genes of the other side of the family) that it will eventually happen. It helps that goodhearted Ethiopians remind me at crucial times: “Don’t give up!”. While trying to motivate everyone to make progress, I focused on making the survey aimed at mothers in this region about their reasons for and barriers to seeking maternal health care. In addition to support from our supervisors, we are very lucky to get advice from the Addis Ababa Research Centre, which has been doing mental health research in this region for 20 years. It is an honor to be able to work with such friendly and smart Ethiopian psychiatrists and PhD students.

The visitor flow from Holland will dry up soon. From November to now, we’ve had many visitors, starting with Ralf and Lonneke and the last visit from Martin – gynecologist from the Netherlands – who has given Floris supervision. Not to forget the visit of my parents, (almost) 70 years old but adventurous, relaxed and open-minded about Ethiopia. In April, Niek and Laura will be the last ones to visit us, and to bring us some Dutch cheese and craft materials for Merlijn and Elin.

Talking about Merlijn and Elin, have I mentioned they are the coolest kids? (I realize I am biased). Merlijn has started to speak (steenkolen/African) English, and is - as I write - playing with an Ethiopian boy named Nahom. Different from playing with his love Fikir, Merlijn and Nahom are throwing rocks, running endlessly, pushing and kicking and then examining where it hurts. Elin has been the coolest chica since birth, and is now taking in the space she deserves. She eats more than Merlijn, she leads the way while holding your hand and isn’t amused if you decide against it, and loves to stay up late and read books in her bed. While Mimi is waiting to go to Ment’s house, she comes to visit us frequently for hugs and kisses and time out from the hospital. Thanks to advice from former VSO-volunteer Klaas Koop, she gained approximately 1 kg in the last few weeks, weighing now 3.5 kg at 6 months.

To end this post, here are some pics of the last few months and a special thank you to....

... Renske, Suzanne, Gerdien, Gijs, Joke van Missie Club Hillegom, en Phia en Mirjam (beide via Marktplaats) for helping gather clothes for Mimi, for the twins whose mother passed away shortly after birth and for other sick children at the hospital.
... Lonneke, Ralf, Thom, Toos for helping with the logistics around getting second-hand laptops here for Ethiopian students, they are very happy!
... Thom, Toos, Harrie and Martin for not traveling light and helping to get the clothes & laptops here.

Tuesday, February 4, 2014

Worstelen



Worstelen met de cultuurverschillen. Leerzaam, maar het kost me veel energie. Het lijkt soms alsof niks vanzelfsprekend is. Toch boeken we voortgang in ons werk en krijgen we meer ritme thuis. Bovendien ben ik niet meer ziek. En we ervaren mooie momenten. Afgelopen zaterdag nog hebben we Merlijn z’n 3e verjaardag in de tuin gevierd. We moesten de stoelen steeds verschuiven omdat er meer mensen kwamen. Wat een hartelijkheid en warmte. Er waren 5 kindjes, ieder met een eigen verjaardagskroon. Op het moment suprême, bij het uitblazen van de kaarsjes, werd het Merlijn wat veel al die aandacht en moest hij huilen.
Met het Maternity Waiting Home project ben ik ook goed aan het worstelen, maar ik ben trots op wat we bereikt hebben. Het Ethiopische overheidssysteem is streng en kan meedogenloos zijn voor de mensen. Daardoor is er grote angst om niet de regels te volgen. Tegelijkertijd zijn de regels – voor mij - niet altijd duidelijk. Bovendien is de hiërarchie in het ziekenhuis sterk, er moet naar de baas geluisterd worden en hij moet bij elk detail betrokken zijn. Ik voel me als een vis in het water qua inhoud van het project, maar ben geregeld een olifant in een porseleinkast qua hiërarchische structuren. Sorry VSO, jullie hebben echt jullie best gedaan in de cultuurtrainingen maar in “real life” is het ingewikkelder. 
Ons project gaat door bovenstaande langzamer dan volgens de officiële planning, maar die was ambitieus en zelfs wat overhaast. Dit kwam voort uit het feit dat we een jaarcontract hebben. Twee weken geleden hebben we te horen gekregen dat we waarschijnlijk nog een jaar kunnen blijven. Langer blijven is mede mogelijk door een aantal privé sponsors, onze dank daarvoor!! Voor het onderzoek en de bouw van het Maternity Waiting Home hebben we de fondsen nagenoeg rond om te kunnen starten; we zijn nu druk met de voorbereidingen.
De afgelopen periode zijn we verwend met veel bezoek: Ralf en Lonneke in november, mijn broer Wouter met Eddo en mijn lieve vriendin Liesbeth met Camiel in december, Rob Boogaard van de Florentina Foundation in januari en op dit moment zijn mijn ouders op bezoek. Het is fijn om bij te praten en te laten zien hoe het hier is. Merlijn geeft vol overgave een tour van ons huis, met nadruk op de wc.
We eten nu geregeld belegen kaas, yoghurt met cruesli, hagelslag, rozijntjes, ontbijtkoek, dropjes, stroopwafels. Ik denk regelmatig aan de immigranten in Nederland. Inburgeren kost tijd. Meer dan ontbijtkoek mis ik mijn lieve vriendinnen. De vrouwen spreken over het algemeen bijna geen Engels waardoor het moeilijk is om beter contact te krijgen. Als het goed is ga ik Amhaars lessen starten, maar goed, daar verwacht ik geen wereldwonderen van. Het dwingt me om te zoeken naar een andere manier om te relativeren en balans te vinden in de drukte. (@Lau, ik moet vaak denken aan die camping bij het dorp zonder keuze :)).
Tot slot een woord over baby Mimi: ze heeft al vele harten geraakt, in Ethiopië en Nederland. Het gaat gezien haar omstandigheden best goed met haar, al komt ze weinig aan qua gewicht. Ze heeft dankzij donaties een klein spaarpotje voor melk, plus katoenen luiers en kleding. Verder zijn er weinig ontwikkelingen. De overheid streeft ernaar baby’s binnen het land te laten adopteren. Ik probeer ervoor te zorgen dat het management samen gaat zitten om de situatie te bespreken, maar dit wordt al weken vooruit geschoven. Ondertussen probeer ik haar in ieder geval elke dag even te knuffelen en zo doen een aantal mensen dat met mij.
Al met al is het een hele levensles. Ik word er vast geen slechter mens van. Doordat iedereen het hier over God heeft, begin ik soms zelfs te denken dat ik het over moet laten aan de beste man… Het is me zeker duidelijk dat we niet overal invloed op hebben. Relax, don’t worry, zegt onze vriend Akale vaak… Ik doe m'n best!
Tot de volgende blog, xT

Wednesday, January 1, 2014

Her name is Mimi

-->

On Christmas day, I told Merlijn the story of baby Jesus for the first time in his life. I had to look it up for the details. Although born in a shed, many people couldn’t wait to see him, with prophets and kings coming from far with gifts. In Butajira Hospital, there is a 3-months old baby girl in the neonatal intensive care unit who was abandoned by her mother (and father?)*. Her name is Mimi. No one has come for her yet.
I saw Mimi for the first time on my birthday, weighing 900 grams. I told myself not to get too involved. There are many heartbreaking stories and people suffering (in Ethiopia), and one can only do so much to change the course of things. And what can I do in this case? I intentionally didn’t go back to the neonatal intensive care unit, but did often ask if the baby was still alive. It’s a strong little girl, she is growing on the milk given by the pediatric nurses. The staff pays for the milk, which as I have mentioned before, is the same price as baby formula in Europe, while their salary is about 60 euro per month. They all love her. I saw the baby girl again on Christmas. She now weighs 2.5 kg. I gave her milk powder, some clothes and Elin’s rattle, which turns out to be about 1/3 of her body size.
What is the future of this strong yet vulnerable girl? A few days after my Christmas visit, the mother was found. The story goes that she was married, got divorced and remarried, but found out she was pregnant of her first husband. Supposedly her new husband doesn’t know she had the baby. She says she wants her back. She is poor and according to the community leader of her village, she will not be able to afford to raise her daughter unless the father supports her. This is not evident. We’ve asked the mother to come to the hospital to discuss the situation.
I've lost my heart to this little girl. My mind is boggled: should she be with her mother? Every child is best off with its own mother, right? Unfortunately, I’m not yet convinced in this situation but also don’t have an answer yet. Hopefully talking to her together with the Medical Director and Head Pediatric Nurse will help.
PS. If you have any baby clothes that you would like to donate, please let me know. There are quite a few people coming our way in the next months who are willing to take luggage for us. All sizes are welcome. The Head Pediatric Nurse helps to distribute the clothes to those in need.
* For reference sake, although apparently quite common in Ethiopia, the last time it happened in this hospital was 8 years ago. They were twins, adopted by an Australian couple. They came back last year to search for their mother.