Monday, June 9, 2014

Tot onze knieen in de modder

Nee, het regenseizoen is nog niet begonnen. We zitten tot onze knieën in de modder qua ontwikkelingswerk. Ik was niet eens van plan om ontwikkelingswerk te gaan doen, maar het was naïef om te denken dat ik kon meewerken in Ethiopie. De cultuurverschillen zijn groot, de taal vormt een lastige barrière, en bovendien is Ethiopië politiek gezien een bijzonder land. Al dit soort zaken in de studiebanken bespreken en in boeken over lezen is toch anders dan als je opeens agressief wordt benaderd door een collega (Afrikaanse culturen communiceren toch indirect?), er in een smsje om smeergeld of een laptop wordt gevraagd (dit gebeurt toch niet zo openlijk?), of het beste teamlid van het project wordt gehaald vanwege zijn slechte functioneren (lees: om politieke redenen). Toch zijn deze openlijke dingen de gemakkelijkste zaken om mee te dealen, want dan horen we in ieder geval wat er speelt. Ondoorgrondelijk zijn de zaken die onder de oppervlakte afspelen (die culturele ijsschots uit de literatuur doemt elke keer in mijn gedachten op). Er is genoeg geld om het Maternity Waiting Home project te starten, de bouwplannen zijn er, het onderzoek kan worden gestart, toch gebeurt er niks.

Op zoek naar opheldering zijn we in gesprek met verschillende buitenlanders die hier al langere tijd wonen en werken: “They bite the hand that helps them”, “Op goede dagen denk ik: ‘wat zijn het trotse mensen’ en op slechte dagen: ‘ze laten hun volk liever doodgaan dan dat ze hun trots opzij zetten’”, “Vergeleken bij Congo valt het hier alles mee”, “Er is in ieder geval geen oorlog”, “Er staan duizenden NGO’s in de rij om Ethiopië te helpen; de kritische werken ze hun land uit”. Al pratende proberen we ons werk in het grotere perspectief te plaatsen. Het helpt, het maakt het minder persoonlijk. Dat in de modder staan voelt ook enigszins lekker. Hier gaat het tenslotte om als een NGO of een overheid plannen bedenkt om een land uit de armoede te helpen. Wat is daarvoor nodig? Is het mogelijk als de lokale machthebbers andere motieven hebben? Net als in Borgen proberen we elke keer weer de beste strategie te bepalen. Waarbij we overigens continu tot de conclusie komen dat we het spel niet kunnen spelen omdat we de spelregels niet kennen. Desondanks heel leerzaam. Maar leuk is anders. Op het werk worden we door het management genegeerd of met de nek aangekeken zonder dat we precies weten waarom. Het gaat eigenlijk maar om een handje vol mensen, de rest probeert de moed erin te houden. Wat overigens een onmisbare eigenschap is als je in Ethiopië wordt geboren; het zijn krachtige mensen.

We beseffen door deze ervaringen hoe waardevol rechten zijn als het recht van meningsuiting en persvrijheid, het recht om je eigen partij aan te hangen zonder dat daar consequenties aan verbonden worden (qua werk bv), de waarde van duidelijke procedures, en in het specifieke geval van baby Mimi, de rechten van het kind. Bovendien realiseren we ons dat we een product zijn van onze eigen cultuur. Daar doet een laagje modder niet aan af.

Merlijn, Elin en Mimi
Met de kinderen gaat het gelukkig nog steeds goed. We zijn benieuwd hoe ze het zullen vinden om over 6 weken in Nederland te zijn voor een paar weken verlof. Merlijn wijst naar een plaatje van een stofzuiger en vraagt zich af wat het is. Elin houdt niet van appelmoes (die maken we van groene mango’s). Wij kijken er onwijs naar uit dat ze lekker buiten kunnen spelen met andere kindjes zonder telkens aangeraakt te worden, en zonder op bajajes of ambulances te hoeven letten die door onze straat racen. We zijn erg gewend aan het mooie weer, dus hopelijk blijven de wolken in Ethiopië, aldus Merlijn zijn beredenering.

Wat betreft Mimi: haar lot ligt helaas niet in onze handen. Haar moeder en stiefvader hebben aangegeven haar terug te willen. Het is onduidelijk of dit onder druk gebeurd is. Ze vertellen elke keer een ander verhaal, sommige mensen twijfelen aan haar moeder’s geestelijke gezondheid. Duidelijk is dat ze armer zijn dan de meeste mensen. Nu teruggaan naar haar ouders betekent waarschijnlijk haar dood. Er is daarom door de lokale autoriteiten besloten dat Mimi eerst naar een kindertehuis zal gaan, om vervolgens aangesterkt naar haar ouders te gaan. In de tussentijd is er hopelijk een NGO die haar ouders kunnen “empoweren” zoals ze dat hier noemen. Sommige mensen in Nederland geven aan dat we wellicht “foster parent” kunnen worden, maar op dit moment kan dat juist een verkeerde incentive zijn voor de ouders om Mimi terug te willen. De komende weken is ze hopelijk nog bij ons. Het naderende afscheid stemt ons verdrietig.

Uitspraken Merlijn:
  • Morgen komen de pappa en mamma van Mimi hierheen met de helikopter, dan zijn ze niet meer arm. Zijn ze ook arm in hun benen?
  • Heeft Luna ook vleermuizen (snorharen)?
  • Daar is een duivel (duif).


Woorden Elin:
  • Mama, Mimi, Papa
  • Cookie, cookie, cookie
  • Uuii (uit), kouuu (koud)
  • Pee pee (plassen) waarbij ze telkens naast het potje gaat zitten :-)
PS. Foto's lukken steeds niet omdat het internet te zwak is.