Wednesday, June 8, 2016

(N)iets noemenswaardigs te melden

… En zo gingen er maanden voorbij zonder dat er iets noemenswaardigs te melden viel…

Tot ongeveer een maand geleden was ons leventje best rustig. We hadden een lekker ritme gevonden en het voelde meer als wonen en minder als avontuur of overleven. Toch is (ons) leven in Afrika altijd wat onrustig.

Eerst het rustige deel:

De kinderen gaan elke dag naar ons eigen schooltje Het Kippenhok. We zijn blij om te kunnen melden dat we een opvolgster hebben gevonden voor juf Zarah. Haar naam is Christina en het is de bedoeling dat ze Zarah opvolgt in september, na ongeveer een maand “grote vakantie”. Zo heb ik de ruimte om 20-24 uur per week te werken aan mijn onderzoek. Tijdens mijn bezoek aan Groningen in maart heb ik samen met mijn begeleider de knoop doorgehakt om een PhD traject te gaan doen en sinds 1 juni ben ik daar officieel mee gestart. Wie had dat ooit gedacht?! Ik hoop binnenkort mijn eerste manuscript ter publicatie aan te bieden.

Floris is druk bezig om vorm te geven aan zijn baan. Vanaf de zijlijn is het leuk om te zien hoe hij een weg vindt als projectmanager. Hij bouwt een mooi project op met als doel om de moeder & kindzorg te verbeteren in 2 regio’s: Bikita (wij wonen in dit district) en Zaga. Daar zijn 6 ziekenhuizen en 42 health centers, dus hij maakt veel kilometers. Een aantal projecten die hij opzet samen met de lokale instanties zijn: a) opknappen van de health centers, b) opstarten van foetale monitoring bij de health centers, c) trainen van verloskundigen op het gebied van echo’s en monitoring, c) “supportive supervision” aan health centers en ziekenhuizen. Het komt erop neer dat de Zimbabwaanse overheid een degelijk plan heeft om goede zorg te bieden maar te weinig geld heeft om alles uit te voeren. Solidarmed financiert en begeleidt een deel van de geplande activiteiten.

Dan het onrustige deel:

Dit jaar is bijzonder moeilijk voor de mensen hier. De regen kwam later en in mindere hoeveelheden dan normaal. De oogsten zijn mislukt doordat iedereen plant als de eerste regens vallen. Daarna viel er maanden niks meer. Een deel van de bevolking krijgt nu voedselhulp. Toen we na de meivakantie terugkwamen uit Zuid-Afrika konden we niet meer pinnen. Er is een geldtekort in Zimbabwe, wat sinds 2009 de Amerikaanse dollar gebruikt. Het heeft verschillende redenen te hebben maar de voornaamste zijn dat er meer wordt geĆÆmporteerd dan geĆ«xporteerd en dat de mensen geen vertrouwen hebben in het bankwezen. Zie http://www.bbc.com/news/world-africa-36210680 voor meer achtergrond. Gelukkig kunnen we pinnen in de supermarkt, maar men vreest dat die leegraken.

Verder is er wat onrust in ons ritme doordat Merlijn begonnen is op de lokale school. De kinderen van onze tuinman spelen een keer per week hier en met Bram en Anna hebben ze elke vrijdag school, maar we hopen dat hij meer vriendjes kan maken op de lokale school. Hij gaat er ’s ochtends samen met juf Zarah naar toe en we hopen dat hij langzaam gaat wennen. De sfeer is er best ok, maar het is wel heel anders dan wij gewend zijn. Voor Merlijn is het lastig dat de kindjes geen Engels spreken, maar hopelijk leert hij wat Shona.

Tot slot...

Vorig weekend droomde ik dat ik bij ons in de “township” (een rijtje huizen met wat winkeltjes) kwam en dat er om de hoek een Hema zat, waar ik een goede vriendin tegenkwam. Vervolgens kwam ik buiten en bleken er opeens een internationale kleuterschool te zitten. :-)) Dat vat in een notendop samen wat ik mis in Silveira!


Tuesday, February 23, 2016

Als een kubus in elkaar

Romantisch, dacht ik. Met onze voeten tegen elkaar in onze nieuwe tweedehands tent in Kyle National Park, Zimbabwe. Na onze eerste tweedehands tent hadden we gezworen voortaan een nieuwe te kopen; die bleek waterdoorlatend. Dit tweede exemplaar is een heuse safari tent. Metalen stokken, dik groen canvas, zwaarder dan een De Waard tent (http://www.canvasandtent.co.za/showProduct.aspx?prodID=5). Een beetje klein, dat wel, vandaar de voeten tegen elkaar. We hebben een middag moeten puzzelen om te bedenken hoe we er alle vijf in zouden passen. We waren toch weer vergeten hoe het zat, waardoor we de kinderen al slapende hebben verschoven als kubusvakjes. Als ik de muggen, m’n tintelende benen (omdat we te schuin lagen), de scherpe teennagels van Floris, en de kinderen die telkens naar me toe zakten (omdat we te schuin lagen) wegdenk, was het ook echt romantisch. Met z’n vijven als een kubus in elkaar in een tent in een nationaal park in Afrika, verlicht door de bijna volle maan. Out of Africa family style. Hier doen we het voor. Maar toch nog even over de muggen: die kwamen gewoon door het gaas heen. Onze safari tent blijkt mugdoorlatend te zijn.


Schoolvakantie

De kinderen hebben schoolvakantie, want juf Zarah is bungy jumpen bij Victoria Falls en op safari met Nederlandse vrienden. Ja, zo’n stoere juf hebben we! Vooral Elin kon een weekje vakantie goed gebruiken. De avond voorafgaand zei ze dat ze de volgende ochtend niet uit bed zou komen. Alle drie doen ze op hun eigen niveau mee op school, maar Elin en Sara pikken meer op dan we verwachtten. Zo telt Elin inmiddels tot 14 en begint ze letters te herkennen. Sara zingt luidkeels Hansje Pansje Kevertje en Opa Bakkerbaard. Gelukkig is Sara ook vaak buiten de klas te vinden. Zo gaat ze vaak plassen (ze draagt nog luiers) en komt dan niet meer terug, of helemaal doorweekt van het spelen bij het kraantje.

De vakantie hebben we opgeleukt door het aanschaffen van een bovengronds zwembad, min of meer gesmokkeld uit Zuid-Afrika. 4x2x1 meter groot, inclusief pomp. Dat laatste is essentieel gezien de droogte waar Zimbabwe mee kampt.

Onze onderbuurvrouw, ter kennismaking

Onze “onderbuurvrouw’ heet Mrs. Chipo. Ze woont onderaan een grote rotspartij, op zo’n 5 a 10 minuten lopen. Laatst zijn we met de kinderen kleien potten gaan maken bij haar. Dat deed ze heel leuk. Een vrouw met veel haren uit haar kin en een oude doek om haar hoofd. Aan haar gezicht zie je dat ze doorleeft is. Dat haar leven niet gemakkelijk is. Ze heeft 6 kinderen en een alcoholische man. Een ronde hut. Een paar planken gemaakt van klei. Een vuur in het midden. Een mat om op te zitten, maar ook om op te slapen. Veel tassen opgestapeld in een hoek, waar ze foto’s uit tevoorschijn tovert van voorgaande blanke dokters en hun gezin. Er ligt veel rotzooi rondom haar huis. Ze schrijft ons vaak brieven, in goed Engels, die haar kinderen komen brengen. De brieven gaan voornamelijk over geld. Dat heeft ze niet. We kopen af en toe klei potten van haar, die niet geweldig zijn. En dan hopen we dat haar man het geld niet opdrinkt.